voor ik kamers sluit
kijk in ogen van toen en nu
kinderen nu al man en vrouw
grijs haar en kindervoetjes
moederogen nog even bruin
gebreide kleren witte schoenen
krullend vaderhaar toen nog sterk
de steile trap naar boven
een, twee, drie … dertien
de trein zoeft voorbij
het kruis dat alom aanwezig was
wat fijn dat ik foto’s heb
en telkens mag verder reizen
met de doden
hij zocht het geluk, het grote “het”
hij zocht, maar vond het niet
en vele malen stond hij met een kluitje in het riet
hij zocht het geluk in het riet
hij zocht het geluk in het dal, aan de top
maar werd het zoeken moe
pas toen hij zei: ik geef het op
toen kwam het naar hem toe.
Foto (Magda Haan
Gedicht (Toon Hermans)
aan de vloedlijn sta ikaanschouw de golvendie groeien en groeienen vlak voor mijn voetenlijken op te lossenik wacht op die ene
als een rivier ontsprong de liefde
met vele meanders
schurend ontembaar illegaal
als een rivier die eindigt in bloed
doodgebeukt door haat
clandestiene liefde
als een rivier
die nieuw leven brengt
en uitmondt in de zee
n.a.v. het boek van Shelly Read